Gemak dient de mens. En in het geval van Atlético Madrid zelfs een hele club mensen. De roemruchte tweede club van de Spaanse hoofdstad kent een verleden vol mooie en meeslepende verhalen, maar daar hoort het verhaal over de clubkleuren niet bij. Het verhaal over hoe de club, die startte als dochterclub van Athletic de Bilbao, in rood-wit gestreepte shirts kwam te spelen, leverde naast een glimlach ook nog de mooie bijnaam Los Colchoneros (de matrassenmakers) op.

In 1903 richtten drie Baskische studenten in Madrid een voetbalclub op, die volledig was gebaseerd op hun favoriete club uit Baskenland, Athletic de Bilbao. Het zou tot 1920 duren voor de Madrileense dochterclub zich zou loskoppelen van de Baskische wortels, maar tot dat moment loopt de historie van de twee clubs redelijk synchroon. Het verhaal over het ontstaan van het tenue is ook zo’n stukje gedeelde historie, maar toch zijn er ook wel enkele verschillen. Tot 1911 spelen beide clubs in een kopie van het shirt van Blackburn Rovers (half blauw, half wit). Als in dat jaar stafmedewerkers van beide clubs tijdens een zoektocht naar nieuwe tenues in Engeland geen shirts van Blackburn Rovers te pakken kunnen krijgen, besluiten ze om rood-wit gestreepte shirts mee te nemen (diverse historische bronnen zijn het niet met elkaar eens over of de shirts origineel van Southampton of van Sunderland waren, maar dat is slechts een detail waar verder geen Kamervragen over gesteld zullen worden).

Rivaliteit

Het oude stadion van Atletico: Vicente Calderon

Omdat in die tijd in Spanje de matrashoezen ook worden omhuld door rood-wit gestreept textiel, en er dus meer dan genoeg van te krijgen is in eigen land, besluiten beide clubs om hun clubkleuren definitief te veranderen. Omdat de bijnaam Los Colchoneros alleen de dochterclub in Madrid wordt gegeven, zouden we voorzichtig mogen concluderen dat deze bijnaam vooral smalend bedoeld was en verzonnen is door de supporters van rivaal Real Madrid. Hoewel Athletic de Bilbao in Baskenland wel een rivaal had in Real Sociedad, waren de verhoudingen daar van dien aard dat de fans van Sociedad zich geen smalende bijnaam voor de vijand konden veroorloven.

Dictator Franco

Als in 1920 de Madrileense dochter de banden met Baskische moederclub verbreekt en op eigen benen gaat staan, richt de club zich op de eigen wortels. Zo worden de beer en de aardbeienboom, symbolen van de stad Madrid, opgenomen in het clublogo. De sterren die om de afbeelding staan zijn een verwijzing naar het sterrenbeeld de Grote Beer. Ook besluit men in Madrid om het tenue af te werken met een blauwe broek, als verwijzing naar het verleden. Iets wat in Bilbao niet gedaan wordt. Ondertussen is de tweede club van Madrid hard op zoek naar meer eigenheid in de clubnaam, al had dat deels te maken met het feit dat de Spaanse dictator Franco het Engelse Athletic verbood en eiste dat daarvoor het Spaanse Atlético voor in de plaats kwam. In 1947 wordt de huidige naam Atlético Madrid aangenomen en is de club definitief volwassen.

Unicum

Ondanks het feit dat Atlético historisch gezien de tweede club van Madrid is, weet het zich wel degelijk te profileren in Spanje en Europa. In de geschiedenis van de Wereldbeker voor clubs heeft Atlético een prestatie achter de naam staan, die zo uniek is dat zelfs het grote Real Madrid niet kan zeggen hetzelfde gedaan te hebben. Omdat Bayern Munchen in 1974 de strijd om de Wereldbeker tegen Independiente, mag verliezend finalist Atlético hun plekje overnemen. Hoewel het in de jaren ’70 wel vaker voorkwam dat de verliezend finalist van de Europacup I werd afgevaardigd, wist Atlético Madrid als enige de Wereldbeker ook te winnen en is het de enige club ter wereld die wel een Wereldbeker maar geen Europacup I in de prijzenkast heeft staan.

Jesus Gil y Gil

De meest roerige periode in de historie van Atlético Madrid is echter die tussen 1987 en 2003, onder het voorzitterschap van Jesus Gil y Gil. De flamboyante zakenman was niet vies van corruptie, openlijke mediaoorlogen en hij ontsloeg zo nu en dan een trainer. In de eerste zes jaar als voorzitter vertrokken er maar liefst 25 trainers bij Atlético. Toch werd in 1996 voor de eerste en enige keer de Spaanse dubbel gewonnen. Het succes was van korte duur, vier jaar later degradeerde Atlético zelfs uit de Primera Division. De schande duurde twee seizoenen, kort na de promotie vertrok Gil y Gil als voorzitter en nog een jaar later overleed hij.

Het nieuwe stadion van Atletico genaamd Estadio Wanda Metropolitano.

Treurige statistiek

Na een aantal zware jaren wist de club zich weer aan de top te melden en onder leiding van Diego Simeone, die als speler in 1996 de dubbel won met Atlético en in het seizoen 2011-2012 de ontslagen Gregorio Manzano opvolgde als trainer, kan de club ook weer wat zilverwaar in de kast te zetten. Naast alle drie de hoofdprijzen in Spanje (wel in verschillende seizoenen) worden ook de Europa League en de Europese Supercup twee keer gewonnen. Verder haalt Atlético Madrid de finale van Champions League twee keer, maar beide finales gaan verloren. Daarmee is Atlético de club die de meeste finales om de Cup met de Grote Oren speelde zonder er één te winnen. Maar dat is niet bepaald een statistiek waarmee je met de borst vooruit over gaat pochen tegenover de aartsrivaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.